Wat houdt RAID in?

De belangrijkste RAID technologieën die momenteel in gebruik zijn zijn RAID 0, 1, 5, 6, 10 en 50. We overlopen even wat ze precies inhouden.

RAID 0

Bij RAID-0 schrijven we alle data over verschillende disks terzelfdertijd. Dit geeft een aanzienlijke snelheidswinst doordat alle disks samen kunnen werken om de data zo snel mogelijk te verwerken. De bescherming van uw data is echter zeer slecht. Zodra één schijf uitvalt, verliest u alle data van alle schijven. Dit wordt daarom weinig toegepast. Het mogelijke dataverlies en downtime wegen niet op tegen de performantiewinst.

RAID 1

Bij RAID-1 worden 2 schijven geschakeld. De 2e schijf is een identieke kopij van de eerste schijf. Zo is uw data beschermd voor het uitvallen van  een schijf in de server of storage array. 

RAID 5

Bij RAID-5 wordt een belangrijk nadeel van RAID-1 opgelost. Bij RAID-1 moet u immers voor elke schijf een 2e schijf kopen die u niet voor nuttige data kan gebruiken. Bij RAID-5 wordt er via data striping over 3 of meer disks een pariteit berekend. Deze zorgt ervoor dat u nog steeds een disk kan verliezen zonder downtime in uw omgeving, maar u verliest altijd slechts 1 schijf, ongeacht het aantal schijven in uw omgeving. Hoe RAID 5-capaciteit wordt berekend Elke schijf in een RAID 5-systeem dient dezelfde capaciteit te hebben. De opslagcapaciteit in een RAID 5-configuratie wordt berekend door het aantal schijven te verminderen met één en dan te vermenigvuldigen met de schijfcapaciteit, oftewel C = (n-1)*d, waarbij: 

C = beschikbare capaciteit

n = aantal schijven

d = schijfcapaciteit 

Voorbeeld: in een RAID 5-array met vier schijven van elk 1.000 GB bedraagt de totale capaciteit van de array 3,000GB. C = (4-1)*1000

RAID 6

Hoe RAID 6-capaciteit wordt berekend Elke schijf in een RAID 6-systeem dient dezelfde capaciteit te hebben. De opslagcapaciteit in een RAID 6-configuratie wordt berekend door het aantal schijven te verminderen met twee en dan te vermenigvuldigen met de schijfcapaciteit, oftewel C = (n-2)*d waarbij: Bij RAID-6 kan u niet 1, maar 2 schijven verliezen. De striping wordt nu op 2 extra schijven toegepast.

Dit is belangrijk in de steeds groeien IT omgeving met steeds meer verfijnde en grotere schijven. Het risico op verlies van 2 schijven is hierdoor immers enorm toegenomen. Slechts weinige constructeurs kunnen echter RAID-6 toepassen omdat dit een belangrijk performantieverlies met zich meebrengt (de pariteitsberekening weegt immers zwaar op de doorvoersnelheid)

C = beschikbare capaciteit

n = aantal schijven

d = schijfcapaciteit 

Voorbeeld: in een RAID 6-array met 20 schijven van elk 1.000 GB bedraagt de totale capaciteit van de array 18.000 GB (18 TB). C = (20-2)*1000

RAID 10

Bij RAID-10 (en de verwante RAID-50) wordt het performantieverlies van RAID-6 opgelost. Eerst worden er RAID-1 disk paren gemaakt en deze worden dan op hun beurt in een overkoepelende RAID-0 samengebracht. Zo kan per paar een schijf falen. U bent dus beschermd tegen het verlies van meerdere schijven. De bescherming is iets lager dan RAID-6. De snelheid hoger.

Hoe RAID 10-capaciteit wordt berekend Elke schijf in een RAID 10-systeem dient dezelfde capaciteit te hebben. De opslagcapaciteit in een RAID 10-configuratie wordt berekend door het aantal schijven te vermenigvuldigen met de schijfcapaciteit en dan te delen door 2, oftewel C = n*d/2 waarbij:

C = beschikbare capaciteit

n = aantal schijven

d = schijfcapaciteit 

Voorbeeld: in een RAID 10-array met 20 schijven van elk 1.000 GB bedraagt de totale capaciteit van de array 10.000 GB (10 TB). C = (20*1000)/2